HOME Community Fossiel.net
Facebook Fossiel.net In English In het Nederlands

Announcements


Contribute knowledge and information to Fossiel.net!
How can I help?

Forum Sticky

Informative Posts

>> All informative posts

Newest Fossil from Fossil ID system

Geo Agenda

>> More Agenda items

Georockhop



Fossielen Algemeen


Bryozoa uit het Limburgse Krijt (Deel 2)


Page: 1 2 3 4 5 ... Last Page >>

hubertus68   17-11-2016 at 17:57

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

Toch wel een andere soort. Jou stuk toont duidelijke bundels (fascicels). Ik dacht dat deze in het Ilten-boek van Voigt afgebeeld is. Ik ben nu op het werk, heb het boek dus niet hier. Maar ik dacht dat de naam Lichenopora stellata was. Kijk een bij de beschrijving van deze soort,
daar staan enkele Lichenopora's afgebeeld. De soort is niet op de platen achteren in het boek!

Groeten,
Oliver

 
Lugo   17-11-2016 at 21:47

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Hoi Oliver,

ik dacht ook cellenbundeltjes te zien op de foto's van het tweede specimen van jouw fotoreeks of is dat niet zo?
Mijn exemplaar heeft zeker die bundels en die zie ik ook op de tekening van d'Orbigny.
Ik ben wel niet zeker naar welk werk van Voigt jij refereert, maar waarschijnlijk heb ik dat Ilten-boek niet.

Beste groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   18-11-2016 at 12:27

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

Hoi Luc,

nee, mijn stuk toont geen bundels.

Het boek dat ik bedoel is "Das Maastricht-Vorkommen von Ilten bei Hannover und seine Fauna mit bes. Berücksichtigung der Groß-Foraminiferen und Bryozoen. (Voigt, 1951).
Hierin staat een soort namens Lichenopora stellata, die actueel Domopora stellata (Goldfuss, 1826) zou moeten heten.

Groeten,
Oliver

 
Lugo   18-11-2016 at 14:35

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Hoi Oliver,

bedankt voor deze titel; dit boek heb ik momenteel nog niet.

Mag ik dan concluderen dat mijn specimen met de cellenbundels een Domopora stellata ( Goldfuss, 1826) is, of is dit te kort door de bocht?

Groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   18-11-2016 at 15:26

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

quote:
Lugo schreef:
Mag ik dan concluderen dat mijn specimen met de cellenbundels een Domopora stellata ( Goldfuss, 1826) is, of is dit te kort door de bocht?


Ja, dat mag je naar mijn mening concluderen.

Groeten,
Oliver

 
hubertus68   20-11-2016 at 23:58

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599







Bij deze nog twee kolonieen die ik niet op naam kan brengen kan.

Foto's 1+2: Een vreemde unilamelaire kolonie met chaotisch gerangschikte aperturae.
Ik heb geen idee!

Foto 3: Verglijkbare soorten zijn Lichenopora ovallata (Marsson, in Voigt, 1951) of Discosparsa rosula (v. Hagenow, 1839 in Marsson, 1889). Beide vind ik echter inde recentere literatuur, of op bryozone niet terug.

Beste Groeten,
Oliver

 
Lugo   21-11-2016 at 19:55

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Hoi Oliver,

die chaotische unilamellaire ben ik ook al eens tegen gekomen in het gruis, maar in de boeken heb ik nog nergens een gelijkaardige afbeelding gezien.

Wat het tweede specimen betreft, heb ik jouw foto vergeleken met de afbeeldingen en beschrijvingen in Marsson, 1887.
Wat Marsson benoemt als Defrancia obvallata komt niet overeen met jouw specimen, maar de gelijkenis met Discosparsa rosula is al een stuk beter.
Doch nog dichter bij jouw specimen komt de afbeelding van Discosparsa costata (: zeker het zicht van de bovenzijde klopt).
Maar deze benaming kan ik inderdaad niet meer vinden op de site van Bryozone, maar ze staat wel in de taxa 1887 lijst van bryozoa.net.

Het is niet altijd eenvoudig.

beste groeten

Lugo

.

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   22-11-2016 at 15:25

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599



Beste Luc,

bedankt voor jouw reactie. Ik heb de afbeeldingen en beschrijvingen van Marsson nog eens bekeken. Ik moet zeggen dat D. rosula beter (fig. 6) passt dan D. costata (fig. 5). Althans heb ik een probleem met de concave bovenzijde en de aanhechtingsvlakte. Marsson beschrijft deze als klein en steelvormig. Mijn kolonie is echter met de complete onderzijde op het substraat gegroeit. De bovenzijde passt echter perfect met zijn beschrijving.
De vraag is of de "aanhechtings-strategie" een taxonomisch gezien uisluitend kenmerk is.

Er bestaan vele soorten, die hun groeistrategie gedurende de ontwikkeling veranderen. Neem bvb. de vele cyclostomata die zich eerst horizontaal uitbreiden en later pas erecte takken vormen (Osculipora, Reteporidea, Idmidronea etc.). Sommige soorten vormen unilammelaire EN bilammelaire kolonieen.

Vandaar...
Ik hou het op het moment dus op Discosparsa rosula, maar zal de recherche nog niet afsluiten. Het zou ook een jonge Lichenopora kunnen zijn.

Groeten,
Oliver

[Bewerkt door hubertus68 op 22-11-2016 om 16:08 NL]

 
Lugo   22-11-2016 at 16:59

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Hoi Oliver,

ik begrijp jouw redenering en met het stuk in de hand kan jij zeker een beter oordeel vellen.
Op foto kon ik de bredere rand van D. rosula niet zien, maar misschien is hij er wel.

Beste groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
Lugo   28-11-2016 at 14:35

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574







Deze voormiddag heb ik het fototoestel nog eens bovengehaald om enkele bryozoa uit de Meerssen Kalksteen van de ENCI groeve te fotograferen.

Het exemplaar op de eerste foto is volgens mij een Callopora tegulata Voigt, 1987 met de duidelijk omrande mondopeningen, die als dakpannen lichtjes over mekaar lijken te schuiven.
Dit is een incrustrerende soort en het is de eerste maal dat ik zo een fragment tegen kom.

Nummer twee is een klein en fragiel bilamellair fragment van een Escharifora papyracea ( von Hagenow, 1851 ). Dat vermoed ik althans, want de poriën, die normaal elke cel omranden, zijn niet direct zichtbaar. Wel zijn hier en daar de typische kleine kapjes boven de mondopeningen aanwezig.

Het derde specimen heb ik nog niet kunnen determineren.

Groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   28-11-2016 at 15:19

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

Hoi Luc,

wat betreft de eerste beiden stukken ben ik het met jouw eens.
Wat het derde stuk betreft: hoe ziet de dorsale zijde er uit? Is deze glad of lopen de
aperturae verder?

Groeten,
Oliver

 
Lugo   28-11-2016 at 15:49

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Hoi Oliver,

de mondopeningen lopen niet verder; de dorsale zijde is lichtjes gebogen tot vlak.
Daarom houd ik er rekening mee dat dit specimen mogelijk een Exidmonea dorsata (v. Hagenow, 1851 ) is. Ook zijn de door hem beschreven facetten onder de aperturae aanwezig, maar deze openingen staan eerder in V-vorm ( en het zijn er 5 per V) i.p.v. in alternerende rijen van telkens 4 aperturae.
Daarom twijfel ik nog.

Beste groeten

Luc

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   28-11-2016 at 21:37

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

quote:
Lugo schreef:
maar deze openingen staan eerder in V-vorm ( en het zijn er 5 per V) i.p.v. in alternerende rijen van telkens 4 aperturae.
Daarom twijfel ik nog.


Dat was ook mijn gedachte. Ik denk daarom niet dat het een Exidmonea dorsata is. De dwarsdoorsnede bij jouw stuk blijkt eerder ligt half eliptisch te zijn. Bij Idmonea is deze duidelijk driehoekiger.
Mijn eerste gedachte was, dat het bij jouw stuk om een Filisparsa-soort gaat (en niet om een Pustulopora of dergelijke). Daarom had ik gevraagt of de achterkant glad is of niet. De aperturae bij jouw stuk zijn in ieder geval onregelmatiger gerangschikt dan men dit van een Idmonea-achtige verwachten zou. Zij liggen wel – net zoals Hagenow dit voor E. dorsata beschrijft – in dwarslopende, licht schuine rijen, maar de afstanden tussen de aperturae zijn niet regelmatig. Zij liggen – zoals Voigt dit (in zijn "Mons-boek", 1987) bvb. voor Filisparsa tinglandi (Brood, 1972) beschrijft, soms dichter en soms verder uit elkaar.

Ik ga dus voor Filisparsa cf. tinglandi (Brood, 1972).

Beste Groeten,
Oliver

 
hubertus68   28-11-2016 at 23:02

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599











Hallo beste bryozoa-liefhebbers,

bij deze twee zeldzame soorten uit de Meerssen member van de ENCI:

Foto's 1 en 2: een kleine incrusterende soort met een stervormig uiterlijk. Vanuit het centrum zijn zeven bundels met 12 tot 23 mondopeningen gegroeid. het centrum van de kolonie toont ook zooecia, die iets schuin liggen. Geen idee? Maar ik zie overenkomsten met Lopholepis sp. en Desmediaperoecia sp.

Foto's 3 t/m 5: Van deze soort heb ik drie, vier exemplaren in de verzameling, en kon deze tnt. niet op naam brengen. Opvallend is de spiraalvorm van de kolonie en de zeer dikke dorsale zijde (in vergelijking met de smalle frontale zijde). Deze toont vier tot fijf mondopeningen. De dorsale zijde toont diverse schuin gerangschikde kenozooecia . Geen idee. De soort komt niet overeen met heterocrisina communis of Heterocrisina candelbrum.

Groeten,
Oliver

 
Lugo   29-11-2016 at 15:25

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Hoi Oliver,

bedankt voor jouw verwijzing naar Filisparsa cf. tinglandi (Brood, 1972).
Ik heb het werk van K. Brood erbij genomen en de beschrijving plus afbeeldingen vergeleken met mijn exemplaar.
De beschreven determinatiekenmerken kan ik allemaal terug vinden op mijn specimen, zelfs de sporen van de kenozooecia op de dichotome vertakking op de dorsale zijde, zoals afgebeeld op plate XXX fig. 7.

Jouw incrusterend sterretje is wel heel speciaal. Dit ben ik zelf nog niet tegengekomen en ook in de boeken heb ik nog niets gelijkaardigs gezien.

Van de tweede soort, die jij toont, heb ik ook één specimen gevonden tot nu toe met de opvallende zeer dikke dorsale zijde.
Ik heb ook geen idee welke soort dit zou kunnen zijn.

Beste groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   30-11-2016 at 12:01

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599





Bedankt voor de reactie, Luc!

tja, voor de twee laatste stukken zal ik eens contact opnemen met de wetenschappers.

Ik denk wel dat ik een stuk dat ik een tijdje geleden hier geplaatst heb, identificeerd heb.
Dit stuk heeft – zoals ik eerder dacht – niets met Idmonea-achtige te maken, maar behoord blijkbaar tot het geslacht Reticrisina. De meeste overeenkomsten heeft het stuk met Reticrisina obliqua (d'Orbigny, 1850, pl. 610, fig. 1-6 en pl. 768, fig. 1 & 2). Deze soort vormt reticulaire (netvormige) kolonieen zoals men deze van diverse andere Limburgse geslachten ook kent: Idmidronea, Crisisina, Retecava etc.

Wat mij wel opviel is dat geen auteur de gebogene richels onder de mondopeningen beschreven heeft. Deze zijn bij mijn stuk zeer duidelijk te zien. Ook deze soort heeft zijn naam vaak veranderd. Dit was ook de reden, waarom de determinatie erg lastig was:

- Reticulipora obliqua (d'Orbigny, 1850)
- Diastopora obliqua (Vine, 1884)
- Crisina (Reticrisina) obliqua (Gregory, 1899)
- Plagioecia obliqua (Canu, 1922)
- Desmeplagioecia obliqua (Voigt, 1924)

Het stuk gaat onder de naam Reticrisina cf. obliqua het determinatiesysteem in, maar ik wil wel nog verder onderzoek doen.


Beste Groeten,
Oliver

 
Frederik   30-11-2016 at 14:42

Frederik
Moderator
Photo Moderator
Registered: 28-09-2003
Messages: 8635

Heren, ik heb jullie inspanningen ook eens in de kijker gezet op onze Facebookpagina. Het is toch erg indrukwekkend, alles samen beschouwd.

____________________________
Try to learn something about everything and everything about
something (TH Huxley)

 
Lugo   30-11-2016 at 18:39

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Frederik,

bedankt om dit even in de aandacht te plaatsen.
Deze kleine wereld kan ook fascinerend zijn, al is een vitrinekast er niet aan besteed.
Een fotoalbum past beter bij deze fossieltjes

Oliver,

de gelijkenis van jouw specimen met de afbeeldingen van d'Orbigny is inderdaad goed, maar zoals jij aanhaalt, die richeltjes zijn op die afbeeldingen niet te zien.
Toch denk ik ook dat jij juist zit met de determinatie.

groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   01-12-2016 at 10:31

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

Bedankt Frederik voor het posten op facebook.
Leuk dat de kleine beestjes zo veel aandacht krijgen.

Groeten,
Oliver

 
Lugo   02-12-2016 at 12:28

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574







Hier nog enkele bryozoa, die wel al eerder gepasseerd zijn. Maar omwille van hun goede bewaring en details heb ik ze toch maar gefotografeerd.
De eerste is een vrij groot fragment ( 1 cm lengte ) van een Zonopora spiralis ( Goldfuss, 1826) en de tweede is een Spiropora verticillata ( Goldfuss, 1826 ), waar de facetten zeer mooi zichtbaar zijn.

Nummer drie gelijkt dan weer op het tweede specimen dat Oliver enkele dagen geleden plaatste met de dikke dorsale zijde.
Dit fragment is wel niet spiraalvormig en het aantal mondjes per rij is aanzienlijk hoger.
Ik vind hier de overeenkomst met het exemplaar van Von Hagenow ( tafel 2, fig 4) vrij goed.
Hij benoemt dit specimen Idmonea macilenta, maar deze benaming is niet meer geldig ( junior synoniem).
Ik vermoed dat de juiste benaming nu Idmidronea macilenta (v. Hagenow, 1853 ) moet zijn.

groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   02-12-2016 at 14:39

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599





Hoi Luc,

bedankt voor het tonen van deze mooie stukken. Het derde is inderdaad een Idmidronea macilenta, alhoewel de dorsale zijde vrij dik is. Bij mijn stuk is deze echter drie keer zo breed
en toond – zoals jij aangeeft - weiniger aperturae.

Bij deze heb ik ook nog eentje – deze keer uit de Lanaye member. Het gaat om een Petalopora. Opvallend zijn de uit drie tot vier aperturae bestaande banden die rond om de kolonie naar boven lopen. Tussen deze banden zitten geen verdere autozooecia. Alleen relatief regelmatig gerangschikte mesoporen.
Wat de soort betreft kan ik helaas niet veel vinden in de boeken. Enkel een soort (Petalopora pulchella, Roemer, 1840 in Gregory, 1899) komt goed overeen met de hier getoonde soort.
Gregory vermeld voor deze soort een stratigrafische verbreiding van Turon t/m Maastrichtien.
Maastricht word niet als vindplaats genoemd. Ook Voigt (1924) beschrijft deze soort – althans onder de naam Parascosoecia pulchella. Het Maastrichtien van Maastricht word echter niet als vindplaats genoemd. Ik hou het dus voorlopig op Petalopora sp.


Beste Groeten,
Oliver

 
Lugo   02-12-2016 at 16:26

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574





Hoi Oliver,

bedankt voor de reactie en de bevestiging van de I. macilenta.

Jouw exemplaar uit de Lanaye is voor mij ook niet op soort te determineren.
Het is opvallend dat er in de literatuur relatief weinig vermeld staat over bryozoa uit de diepere lagen van het Krijt in Maastricht. Dat helpt ons niet echt bij de determinatie.

Maar ook als ze uit de Meerssen Member komen is het verre van eenvoudig om te determineren.
Zo heb ik vandaag het afgebeelde specimen gevonden. Dit stukje is uiterst fragiel, vandaar dat ik de vastgekitte korrels niet durf verwijderen.
Deze ruitvormig opgebouwde kolonie bestaat uit zeer dunne, maar tamelijk brede vlakken die aan beide zijden bezet zijn met diagonaal kruisende rijen van mondopeningen met een duidelijk buisvormig verlengd peristoom.
Tot nu toe ben ik in mijn literatuur nog geen gelijkaardige kolonie tegen gekomen.
Misschien heb jij wel een idee, Oliver.

Beste groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   02-12-2016 at 16:44

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

Wow! Wat is dat nu?
Een speciale vondst, Luc!

Ik zal de boeken induiken, maar ik kan mij niet aan iets gelijkaardigs herinneren.
En normaal weet ik ongeveer uit mijn hoofd wat er in staat.

Groeten,
Oliver

 
Lugo   02-12-2016 at 18:43

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574



Hoi Oliver,


ik kon mij ook niet herinneren een gelijkaardig specimen te zijn tegengekomen, maar nu vond ik dit afgebeelde exemplaar van d'Orbigny. Misschien is dit een mogelijke kandidaat, al lijken de vlakken toch iets forser en is de kolonie niet echt ruitvormig opgebouwd. Wat denk jij?
Het staat op Pl. 609 van zijn werk.

Beste groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
brachino   02-12-2016 at 21:45

brachino
Senior Member
Registered: 13-10-2008
Messages: 173

Een groot gedeelte van de beschikbare oudere literatuur is geschreven toen er bijna uitsluitend ontsluitingen waren uit de bovenste lagen van het krijt (meerssen-, nekum-, emaëlkalk).
Het is dus niet verwonderlijk dat uit de dieper gelegen lagen minder informatie te vinden is in de oudere werken.
Dit is wat ik ooit is ergens hierover heb opgevangen of gelezen .
Bryozoa zijn daarbij zowiezo geen gemakkelijke en populaire groep om te bestuderen.
Er zal waarschijnlijk nog heel wat nieuw materiaal te vinden zijn en beschreven moeten worden.
Ik zou zeggen doe zo voort en houd de moed erin.

 
hubertus68   03-12-2016 at 08:42

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

Wat de bryozoa betreft moet men zeggen dat de Meerssen en Nekum members gewoon de rijkste lagen zijn. Dit was ook de reden waarom de meeste paleontologen hun onderzoek op deze lagen concentreerden. Maar ook de oudere lagen werden onderzocht. Opvallend is dat er heel zelden specifieke stratigrafische gegevens genoemd werden. Er is meestal gewoon sprake van de "Maastrichter Tuffkreide" of "Oberes Senon".

@ Luc: Ik denk dat deze soort een goede kanshebber is. Deze soort duikt onder de naam "Reticrisina girondina" in Gregory, 1899 en in Voigt, 1885b op. Helaas in beide gevallen zonder afbeelding.

Beste Groeten,
Oliver

 
Lugo   03-12-2016 at 10:51

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Dirk,

het is inderdaad zo dat Bryozoa een complexe groep vormen en vele auteurs hebben dikwijls de naamgeving nog eens bemoeilijkt door dezelfde soorten opnieuw te beschrijven onder een andere naam.
Om een determinatie te doen is het dus niet alleen noodzakelijk om de juiste determinatie kenmerken te herkennen, maar dan ook nog om via een beschrijving de momenteel geldige benaming te vinden.
Ook zullen er nog heel wat nieuwe soorten tevoorschijn komen, vooral door de betere technieken ( SEM ), die toelaten om kleine verschillen te herkennen.
Maar wij houden de moed er in.

Oliver,

heb jij een idee welke naam nu geldig is, want ik vind Reticrisina girondina ook niet terug in de geaccepteerde lijsten?

Beste groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   04-12-2016 at 20:37

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599

quote:

Oliver,

heb jij een idee welke naam nu geldig is, want ik vind Reticrisina girondina ook niet terug in de geaccepteerde lijsten?


Hoi Luc,

het is niet eenvoudig, de geldige naam voor deze soort (en diverse andere) achter te halen,
omdat het werk van d'Orbigny sommige fouten in de afbeeldingen toont. Jij moet bei deze auteur ook rekening houden met de zeer gestileerde tekeningen (die zelden 100% met het beschreven stuk overeen komen).

Maar laten wij eens met 'Reticulipora' girondina (d' Orbigny, 1850) beginnen:

- d'Orbigny beschreef deze zeer platte, netachtige kolonieen (met bijne perfect vierhoekige tussenruimtes) als Reticulipora girondina. Tergelijkertijd beschreef hij Reticulipora ligeriensis, die zich van R. girondina alleen door de vorm van de genoemde tussenruimtes onderscheid.
Pergens heeft de namen van d'Orbigny 1890 in zijn revisie van het werk van Orbigny overgenomen. Negen jaren later heeft Gregory in "Catalogue of the fossil Bryozoa in the Department of Geology, British Museum (Natural History). The Cretaceous Bryozoa Vol. pp.1-457" de soorten R. ligeriensis en R. girondina onder de nieuwe genus- en soortnaam Reticrisina ligeriensis samengevat. Hij beschouwde Reticulipora girondina als variant van R. ligeriensis met de genoemde vierhoekige (in plaats van polygonale) tussenruimtes.
In 1985 noemt Voigt in zijn werk "Bryozoaires du Crétacé supérieur trouvés dans les résidus du remplissage d'une fente karstique dans les Gorges du Nant (Vercors).
Geobios, 18(5): 621-642, 1 Tab., Taf. 1-6; Lyon" de soort "Reticrisina girondina" als algemeen voorkomend voor het Campanien in het Bassin d'Aquitaine.

Wat is gebeurt? Er zijn twee mogelijkheden:

1. Het zou kunnen dat Voigt de uitvoeringen van Gregory over de soorten-onderscheiding niet geaccepteerd heeft – maar hierover heeft hij – naar mijn kennis – geen verklaring over gegeven of een revisie geschreven.

2. Hij heeft het werk van Gregory niet gelezen (zeer onwaarschijnelijk)

Ik ga ervan uit dat Voigt de revisie van de genusnaam geaccepteerd heeft, maar dat hij de beide soorten R. ligeriensis en R. girondina als twee eigenstandige soorten beschouwd heeft. Jammer genoeg heeft hij naar mijn kennis nooit meer iets over R. ligeriensis geschreven.

En dan hebben wij nog de soort Reticrisina obliqua. Deze had ik een paar dagen geleden nog een keer gepost en zij behoord in ieder geval in de zelfde groep als R. 'girondina'

Ik ben vandaag nog een keer de verzameling ingeduikt en heb gezien dat ik de drie genoemde soorten met meerdere exemplaren in gearchiveerd heb (R. ligeriensis, R. girondina en R. obliqua). Deze kleine zoektocht was de moeite waard, omdat ik enkele exemplaren onder Idmidronea disticha sorteerd had. Een fout!

Ik zal de komende dagen een paar foto's van deze exemplaren maken, omdat er stukken tussen zitten, die ietwat tussen twee of drie soorten zitten. Ik heb bvb. een R. obliqua, die zeer op jouw stuk lijkt, maar waar de aperturae "oblique" (dus schuijn) gerangschikt zijn.

---------

To cut a long story short: Deze drie Reticrisina-soorten moeten nodig gerevideerd worden – net zoals de 'Hagenowinella'-soorten, die wij een tijdje geleden ook als revisie-waardig beschouwd hadden.
Dit betrefend moet ik wel nog aanvoegen, dat ik een soort identificeerd heb, die als Hagenowinella vaginata (Hagenow, 1851) in de boeken staat en die dus gekend – maar die wij niet "op de rekening" hadden. Ik heb er meerdere in de collectie en wil jouw graag een, twee exemplaren overlaten. Ik zal van deze ook een paar foto's maken...


Beste Groeten,
Oliver

 
Lugo   05-12-2016 at 08:49

Lugo
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 31-01-2010
Messages: 1574

Hoi Oliver,

bedankt voor deze uitvoerige studie, die jij hier hebt gemaakt.
Het geeft een goed overzicht van de complexiteit in de naamgeving en het toont aan dat er best nog werk is om duidelijkheid te scheppen.
Ik kijk ook uit naar de foto's van jouw exemplaren.

Wat de Hagenowinella betreft, had ik nog niet vermeld dat P. Taylor ondertussen zijn feedback heeft gegeven over de SEM foto's, die ik hem had toegestuurd. Hij concludeert dat de kleine tandjes aan de proximale zijde van de aperturae inderdaad structureel zijn en niet het resultaat van een toevallige kristallisatie tijdens het fossilisatieproces.
Vreemd dat deze 'tandjes" nooit zijn beschreven door eerdere onderzoekers.
Ik ben ook benieuwd om de H. vaginata ( V. Hagenow, 1851 ) te zien.

Beste groeten

Lugo

____________________________
Panta rhei

Heraclites

 
hubertus68   07-12-2016 at 12:10

hubertus68
Senior Member
Photo Moderator
Registered: 12-11-2012
Messages: 2599





Hoi Luc,

ik had niet veel tijd, maar heb toch twee foto's van de Hagenowinella vaginata kunnen maken. De andere (Reticrisina) komen er de komende dagen aan.

Hier dus twee foto's van de unilamellaire soort H. vaginata (v. Hagenow, 1851). De pijlen tonen de hoefijzer-vormige beugels aan, die typisch zijn voor ander andere het genus Hagenowinella. Maar ik kom deze ook bei andere genera tegen (Coscinopleura bvb.).
De kolonie is erg fragiel. Dit is de reden waarom ik de kleine veronreinigingen niet durf te verwijderen. Maar ik denk dat de beugels ook zo goed te zien zijn.
Onder beide einden van deze beugels zit op bijde zijden nog elk een kleine pukkel.
De aperturae zijn ongeveer 0,7 mm hoog. De kolonie toont verder enkele grote vikarieerende avicularien (op de rechter zijde van beide foto's).

Beste Groeten,
Oliver

[Bewerkt door hubertus68 op 07-12-2016 om 12:12 NL]

 


Page: 1 2 3 4 5 ... Last Page >>



0