Home Fossils Photography of fossils


We are working on a translation of this text from Dutch!

Deze handleiding is in de eerste plaats bestemd om wat tips en richtlijnen te geven bij het fotograferen van fossielen en het bewerken van deze foto’s zodat ze geschikt zijn om op het forum of de foto pagina te plaatsen. Een veel terugkomend probleem is dat mensen een onscherpe of onduidelijke foto op het forum plaatsen, met de vraag of iemand dit fossiel kan determineren. Uiteraard geen eenvoudige opgave. Een goede, scherpe foto is in zo’n geval essentiëel. Maar hoe maken we een goede fossielfoto?

In deze handleiding komen de volgende onderwerpen aan bod:

Met dank aan Frederik Lerouge voor het schrijven van deze handleiding!

Inleiding

Als we de twee onderstaande foto’s bekijken is duidelijk dat de eerste onze voorkeur geniet. De zee-egel is scherp en de fijne details zijn zichtbaar, zodat een correcte determinatie mogelijk wordt. De foto daaronder is nagenoeg onbruikbaar. Toch zien we dergelijke foto’s met vaste regelmaat op het forum opduiken. In regel zijn de problemen te herleiden naar een onderbelichting van het object, of het foutief hanteren van de camera.

Deze handleiding maakt aan de hand van voorbeelden duidelijk hoe je met beperkte middelen snel een opstelling maakt om je fossielen te fotograferen.

1 Begrippen

  •  Pixel: Een digitale foto is opgebouwd uit een aantal vierkante vakjes, die een egale kleur hebben. Deze vakjes noemen we pixels. Hoe meer pixels er in een foto zijn, hoe meer detail een foto kan bevatten, maar hoe meer geheugen de foto inneemt. In onderstaand voorbeeld is de foto uitvergroot zodat je de individuele pixels te zien zijn.


  •  Resolutie: het aantal pixels per vierkante centimeter (CM2) in een foto. Hoe meer pixels er in een foto zijn, hoe meer detail een foto kan bevatten, maar hoe meer geheugen de foto inneemt. Het bekijken van zware foto’s op het internet zorgt voor veel dataverkeer en het laden duurt langer. Op het forum worden daarom foto's automatisch verkleind zodat ze minder geheugen innemen.

  •  Macro: Het fotograferen van kleine objecten, zodat ze uiteindelijk op de foto vergroot zijn. In feite bespreken we hier eerder ‘close up’ dan ‘macro’, maar in wat volgt gebruik ik voor de eenvoudigheid de term ‘macro’.

  •  Sluitertijd: Als je een foto neemt, opent de sluiter zich even om licht binnen te laten. Hoe minder licht er aanwezig is bij het fotograferen, hoe langer de sluiter zich moet openen. Als je beweegt terwijl de sluiter open is, krijg je ‘bewegingsonscherpte’. Een goede reden om een statief te gebruiken, dus.

  •  JPG / JPEG: Een populaire compressietechniek. Een foto omzetten naar een JPG bestand kan ervoor zorgen dat deze minder geheugen inneemt, zonder dat de kwaliteit sterk achteruit gaat. JPG laat toe de kwaliteit van de compressie te kiezen.

  • Crop: Het ‘uitsnijden’ van een foto. Dit doe je bijvoorbeeld als je fossiel maar een klein deel van de foto vult.

  •  Compressie: Ervoor zorgen dat de foto minder geheugen inneemt (en dus ook minder zwaar is om te laden) door een compressietechniek te gebruiken. De meest populaire techniek is JPG (zie hierboven).

  •  Server: De computer waarop een website opgeslagen staat. Als je een pagina van deze site wilt bekijken, stuurt je computer die vraag naar de server, waarop de server de juiste pagina terugstuurt.

  •  Vakterminologie: Belgen ‘trekken een foto’, Nederlanders ‘schieten een plaatje’. Ik weet ook niet waarom, maar het is nu eenmaal zo.

2 Het materiaal & Apparatuur

Je kan een aantal uiteenlopende toestellen gebruiken om een afbeelding van een fossiel te maken. De voornaamste zijn de digitale camera en de scanner. Het gebruik van een webcam raden we in ieder geval af, omdat het quasi onmogelijk is hiermee een duidelijke en scherpe foto te maken (lage resolutie, onscherp, slecht belicht). Hetzelfde geldt voor de gsm. Het plaatsen van een webcam-foto heeft dan ook nauwelijks zin, probeer liever een digitale camera te lenen. Met behulp van een scanner is het doorgaans wel mogelijk van een goede foto te maken, maar de digitale camera biedt toch nog enkele voordelen, zoals het gemakkelijk kunnen fotograferen vanuit verschillende hoeken, en de mogelijkheid om je lichtbron aan te passen en te verplaatsen.

Deze handleiding is in de eerste plaats gericht op de gebruikers van een eenvoudige digitale camera, type Sony Cybershot, Canon Powershot, Nikon Coolpix of iets dergelijks. Als je geen trotse bezitter bent van een dergelijk toestel, leen er dan snel even eentje. Hieronder een illustratie van een typisch basiscameraatje (even snel geleend van de broer, waarvoor dank).


Het toestel, gebruikt in dit voorbeeld. De macro-toets is in het rood aangeduid.

Neem even de tijd om een goede opstelling te maken waarop je je fossielen kan fotograferen. Je kan hier zover in gaan als je wilt, maar een aantal zaken zouden nooit mogen ontbreken:

  •  Statief: zeker vitaal als je bij kunstlicht of weinig licht –vaak synoniemen- fotografeert (voorkomen van bewegingsonscherpte), maar ook zeer handig als je een reeks fossielen na elkaar fotografeert. Je kan dan experimenteren tot je de juiste instellingen, afstand en dergelijke hebt gevonden en steeds vanuit dezelfde positie fotograferen.

  •  Egale achtergrond: dit kan zwart of wit zijn, of gekleurd, maar kies bij voorker voor een lichte, zo egaal mogelijke achtergrond.

  •  Referentie: om de afmetingen van het fossiel te kunnen inschatten, is een referentie noodzakelijk. Soms wordt hiervoor een muntstuk of iets dergelijks gebruikt, maar een meetlat of iets dergelijks verdient steeds de voorkeur.

  •  Goede belichting : dit is uiterst belangrijk, en wordt vaak over het hoofd gezien. Fotografeer bij voorkeur bij daglicht. Als het Nederlands / Belgische weer zijn reputatie eer aandoet, en je moet binnenblijven, zorg dan voor voldoende, helder licht. Te weinig licht zorgt voor lange sluitertijden, wat bijna altijd ten koste gaat van scherpte.

Als je je fossiel op een glazen plaat legt, die zich een eindje boven de achtergrond bevindt, kan je vervelende schaduwen vermijden.

In dit voorbeeld is gekozen voor een extreem eenvoudige opstelling: een stapel dozen, een maatbalkje (in dit geval een zakmes met centimeter- en inchesaanduiding) en een statief. Het geheel plaatsen we in de buurt van een raam. Eerlijk gezegd ben ik ook wel te lui om de opstelling complexer te maken. Ik ga er voor het gemak van uit dat jullie minstens even lui zijn als ik, en daarom houden van eenvoudige oplossingen. Het is een sombere dag, belichting is verre van ideaal, de opstelling is in 1 minuut in elkaar gezet, en toch zullen we zeer behoorlijke resultaten krijgen. Ons statief zorgt er immers voor dat er geen onscherpte ontstaat door de langere belichtingstijd onder deze condities.


De opstelling van het voorbeeld

Besteed voldoende aandacht aan de belichtingshoek. Als je het licht een beetje van opzij laat komen, krijg je meer diepte en details in je foto. Wanneer het licht teveel van voren komt, mis je kleine details en verhevenheden, doordat deze geen schaduw hebben. Met een belichting die teveel van de zijkant komt verlies je weer informatie door een teveel aan schaduwen. Dit wordt duidelijk in de onderstaande illustratie:


(Deze foto’s zijn niet met het toestel uit het voorbeeld gemaakt)

De zee-egel links is gefotografeerd onder een te scherpe lichtinval. Het geheel ziet er dramatisch uit, maar er gaat veel informatie verloren in de schaduw. De foto rechts is genomen met de lichtbron (in dit geval de zon) in de rug. De egel lijkt ‘vlak’, details en relief springen er niet echt uit. Niet ideaal. Voor de middelste zee-egel is de lichtinval net goed.

3 Het fotograferen

Voor het fotograferen van de meeste fossielen gebruik je de hoogste resolutie en de macro-functie (tenzij je zo gelukkig bent dat je de hele tijd fossielen van een halve meter groot kan fotograferen). Bijna alle digitale camera’s hebben tegenwoordig zo’n functie. Je kan ze herkennen aan het symbool van een bloemetje (een tulp, zouden jullie noorderburen zeggen). Meestal staat dit symbool ook op het schermpje van de camera weergegeven, als de macro-functie aanstaat. Raadpleeg indien nodig de handleiding van je fototoestel.

Hoe gebruik je de macro-functie? Nadat je de camera hebt aangezet, zet je de macro-functie aan. Hierna zoom je niet meer in of uit. De camera is klaar om een foto te maken en zal proberen te focussen op het dichtstbijzijnde punt. Foto’s maak je het best zo dicht mogelijk bij je fossiel, maar ver genoeg zodat de camera nog kan scherpstellen. Dat laatste wordt vaak over het hoofd gezien (raadpleeg voor de minimale afstand de handleiding van de camera).

Hier geldt dus in geen geval dat een foto aan scherpte mag inboeten om dichter bij het fossiel te komen. Een foto moet in de eerste plaats scherp zijn, een daarvoor moet de foto op een afstand genomen worden, waarop de camera in staat is te focussen. Dit is in de praktijk bij de meeste kleine toestellen ergens tussen de 10 en de 20 cm van het object, bij nieuwe toestellen kan dit nog veel dichter zijn (soms tot < 5 cm). Experimenteer een beetje om dit punt te vinden en zet de camera dan vast op het statief.

Hou dit dus altijd in het achterhoofd: een foto moet in de eerste plaats scherp zijn (ik kan het niet genoeg benadrukken, hihi). Zoniet mis je altijd vitale details. Neem dus liever van iets verder een scherpe foto dan van iets dichterbij een vage foto. Onze primitieve opstelling ziet er dan ongeveer zo uit:

Je ziet het, de camera staat redelijk dichtbij, er is niet ingezoomd en de macrofunctie staat aan. Als we terugkeren naar de voorbeeldfoto’s helemaal aan het begin van deze tutorial: de goede foto is met deze opstelling genomen. De foute foto is genomen met de volgende opstelling: toestel wat verder (‘zo krijg ik ‘m zeker scherp’), en inzoomen maar! Zo krijg je ‘m dus niet scherp, tenzij je zo ver gaat staan dat je fossiel maar een kleine stip in de verte is.


(sorry maar ik hou van grote, schreeuwerige rode letters)

De doorsnee camera geeft aan wanneer een foto scherp is. Bij dit toestel worden de haakjes die het focusgebied aangeven groen, wanneer de camera heeft scherpgesteld. Sommige andere camera's geven alleen een waarschuwing als de foto niet scherp dreigt te worden. Let er wel op dat je het fossiel centraal in de foto zet, zodat de camera daarop scherpstelt.

Merk ook op dat de maatbalk ongeveer even ver van de lens verwijderd is dan het fossiel zelf. Indien de maatbalk vòòr het fossiel ligt, geeft dit de indruk dat het fossiel kleiner is. De maatbalk lijkt dan immers iets groter op de foto.

Tot slot nog een illustratie van het probleem bewegingsonscherpte. De lichtomstandigheden in het voorbeeld zijn veel te slecht om scherpe foto’s vanuit de losse hand te nemen. Daarom heb ik in de opstelling een statief gebruikt. Dit lost de problemen voor een groot deel op. Bekijk de volgende twee foto’s:

Op het eerste zicht is er weinig verschil tussen de twee foto’s, maar de onderste foto scoort beduidend hoger als het aankomt op kleine details. Het enige verschil is het gebruik van een statief.

4 Bewerken van de foto

Een volgende stap is het bewerken van de foto, zodat ze kan geplaatst worden op bijvoorbeeld het forum. Hierbij richten we ons vooral op het aanpassen van de compositie door middel van 'croppen', en op het opslaan van de foto als jpeg-bestand. Ook kunnen we de kwaliteit van de foto verbeteren door de helderheid en het contrast aan te passen. Dit proces wordt besproken voor een aantal veelgebruikte programma’s.

Wanneer we de foto bewerken, gaan we drie stappen uitvoeren:

  •  1. De foto croppen, oftewel uitsnijden: het relevante deel van de foto wordt uitgesneden, waardoor een teveel aan randen weggewerkt wordt.
  •  2. De foto resizen, in het verleden noodzakelijk om een foto op het forum te kunnen plaatsen, maar tegenwoordig gebeurt dit automatisch bij het opslaan van de foto op de server.
  •  3. De foto comprimeren, door de foto als JPG bestand op te slaan.

Deze drie stappen worden voor de 3 meest gebruikte programma’s (Adobe Photoshop, Irfanview en Microsoft Photo Editor) in detail besproken. Photoshop verdient mijn (persoonlijke) voorkeur, omdat het meer mogelijkheden biedt (merk op dat ik niet gesponsord word door Adobe®). Infanview is echter geheel gratis.

  •  Adobe Photoshop

    Photoshop is een standaard in de grafische sector, en biedt enorm uitgebreide mogelijkheden om foto’s te bewerken. Het programma is daarnaast nogal duur, en de bewerkingen die we nodig hebben zijn eerder eenvoudig van aard, dus panikeer vooral niet als je geen photoshop hebt, er zijn tal van gratis programma’s (zoals Irfanview, zie lager) waarmee we een vergelijkbaar resultaat kunnen krijgen.

    Open eerst de foto in Photoshop (kies “file” > “open…”, en selecteer je foto).

    Bemerk dat Photoshop je ook de mogelijkheid aanbiedt om de helderheid en het contrast van je foto aan te passen onder “image” > “adjust” > “brightness/contrast…”. Een ander handig ding in Photoshop is het toepassen van filters, in het bijzonder de ‘sharpen’ filter. Het toepassen van deze filter kan de details in de foto een beetje naar voor brengen. Kies daarvoor “filter” > “sharpen >” > “sharpen”. Pas deze filter bij voorkeur maar één keer toe.

    Croppen in Adobe Photoshop: Als je je foto hebt geopend, kan je links in de knoppenbalk de ‘crop tool’ selecteren (illustratie). Alternatief kan je de ‘c’ toets indrukken, dan zou normaal gezien deze tool moeten verschijnen. Als je je cursor over de afbeelding houdt, zie je dat deze is veranderd in de crop tool. Trek nu een kader over het gedeelte van de foto dat je wilt uitsnijden. Dit wordt helder weergegeven, terwijl de rest van je foto donkerder wordt. Dit kader kan je nog aanpassen door de hoeken en lijnen te slepen. Als je selectie goed is, klik je nogmaals op de crop tool in de knoppenbalk links, en selecteer je “crop”. De afbeelding wordt nu uitgesneden.

    Grootte aanpassen in Adobe Photoshop (niet meer nodig voor het mogen plaatsen van de foto op het forum): Vervolgens kies je bovenaan “image” > “image size…”. Je krijgt nu een menu waarin je de grootte van je foto’s kunt aanpassen. Vul onder ‘pixel dimensions’ de gewenste hoogt of breedte in (eenheden zijn standaard pixels). Normaal gezien verandert de andere waarde automatisch mee, zodat de verhoudingen in je foto bewaard blijven. Klik op “ok”. De grootte van je foto is nu aangepast. Als je hem bewaart als jpg-bestand zal de bestandsgrootte normaal gezien onder de grens van 200 kb liggen.

    Foto bewaren in Adobe Photoshop: Selecteer “file” > “save as…”. Kies bij ‘format’ de optie ‘JPEG(*.JPG;*.JPE)’, geef de foto een naam en kies waar je hem wilt opslaan. Klik op “Save”. Nu krijg je een menu waar je de JPEG kwaliteit kan aanpassen. Selecteer onder ‘image options’ quality “high”, of vul 8 of meer in in het vakje (dit geeft behoorlijke resultaten). Klik vervolgens op “ok”. Je foto is nu klaar om bijvoorbeeld op het forum gezet te worden!

  •   Irfanview

    Irfanview is een gratis te downloaden applicatie voor het bewerken van foto’s (zie http://www.irfanview.com). Open je foto in Irfanview via “file” > “open…” of toets eenvoudigweg de letter o op je toetsenbord. Ook in dit programma kan je je afbeelding verbeteren door helderheid en contrast aan te passen. Dit gaat via “image” > “enhance colors…”.

    Croppen in Irfanview: Als je je foto hebt geopend, kan je croppen door “edit” > “create custom crop selection…” te selecteren. Je krijgt een menu waarin je de coördinaten van de uiteindelijke linkerbovenhoek moet invullen, en de breedte en hoogte van de gecropte afbeelding. Toch niet zo handig als in Photoshop dus. Eenheden staan standaard in pixels. Even uitproberen dus, tot het goed is. Ben je niet tevreden over het resultaat, kan je altijd je crop ongedaan maken door “edit” > “undo” te selecteren en opnieuw te proberen.

    Grootte aanpassen in Irfanview: Vervolgens kies je bovenaan “image” > “resize/resample…”. Je krijgt nu een menu waarin je ondermeer de grootte van je foto kunt aanpassen. Eenheden staan standaard in pixels. Vul een maximale waarde in. Klik op “ok” en de grootte is aangepast

    Foto bewaren in Irfanview: Selecteer “file” > “save as…”. Kies bij ‘Save as type’ de optie ‘JPG – JPEG file’, geef de foto een naam en kies waar je hem wilt opslaan.  Als je onderaan in het midden ‘show options dialog’ aanvinkt, kan je de kwaliteit van de compressie regelen. Een goede standaard is 8. Klik op “Save”. Je foto is nu klaar om bijvoorbeeld op het forum gezet te worden!

  • Microsoft photo editor

    Microsoft Photo Editor zit standaard in vele systemen en laat eenvoudige bewerking van de foto toe, net genoeg om ons doel te bereiken. Open je foto via “file” > “open...”.

    Bemerk dat ook dit programma toelaat je helderheid en contrast aan te passen, en dit onder het menu “image” > “balance…”.

    Croppen in Microsoft Photo Editor: Als je je foto hebt geopend, kan je croppen door “image” > “crop…” te selecteren. Je krijgt een menu waarin je kan invullen hoeveel je weghaalt links, rechts, boven en onder (onder ‘crop margins’). Helemaal niet zo handig als in Photoshop dus. Eenheden staan standaard in cm, dus dat pas je rechtsboven best aan naar pixels. Voorts is het een kwestie van proberen en proberen en proberen tot het goed zit. Ben je niet tevreden over het resultaat, kan je altijd je crop ongedaan maken door “edit” > “undo” te selecteren en opnieuw te proberen.

    Grootte aanpassen in Microsoft Photo Editor: Vervolgens kies je bovenaan “image” > “resize…”. Je krijgt nu een menu waarin je de grootte van je foto kunt aanpassen. Eenheden staan weer standaard in cm, dus dat pas je aan naar ‘pixels’. Vul een maximale waarde in. Klik op “ok” en de grootte is aangepast.

    Foto bewaren in Microsoft Photo Editor: Selecteer “file” > “save as…”. Kies bij ‘format’ de optie ‘JPEG file interchange format(*.JPG;*.JPEG)’, geef de foto een naam en kies waar je hem wilt opslaan.  Als je op ‘more’ klikt links onderaan, kan je de kwaliteit van de jpeg-compressie aanpassen. Klik op “Save”. Je foto is nu klaar om op het forum gezet te worden!

5 De foto gebruiken

Na de bovenstaande stappen voldoet je foto normaal gezien aan de voorwaarden om bijvoorbeeld op het forum of de Foto pagina geplaatst te kunnen worden, Ook kun je de foto mailen naar andere mensen (let er wel op dat de foto niet teveel ruimte inneemt!), of gebruiken in het registratiesysteem van fossielen dat je gebruikt.

Een perfecte manier om meer over je fossielen te weten te komen, is door je foto's te plaatsen op het forum van deze website. Andere forumleden kunnen dan bijvoorbeeld helpen met de determinatie. Dit is geheel gratis en serieus de moeite waard! Voor een uitgebreide uitleg over het forum kijk je op de Help pagina. Voor je zelf berichten kan plaatsen, moet je jezelf eerst eenmalig aanmelden, en vervolgens inloggen.

>> Ga meteen naar de registratie pagina van het Forum!


6 Scannen van fossielen

Bij het scannen van fossielen is het in de eerste plaats noodzakelijk ervoor te zorgen dat je je scanner niet beschadigt. Een fossiel kan krassen achterlaten op je glasplaat, dus wees voorzichtig. Maak je fossiel op voorhand goed proper, en vermijd dat er gruis of stof op je scanner terechtkomt. Dit gruis staat anders zeker mee op de scan, wat niet enkel ontsierend is, maar ook misleidend kan zijn, en onduidelijkheid kan scheppen over bepaalde details.

Het voordeel van scannen is dat het relatief eenvoudig is om een redelijk scherpe afbeelding te krijgen van een fossiel van middelbare grootte. Wel heeft de afbeelding vrijwel altijd een nabewerking nodig (croppen, helderheid en contrast aanpassen in Photoshop, zie hoger), en is de methode niet geschikt voor fossielen van extreme afmetingen (heel klein of groot). Daarnaast heeft een scan van nature ook een lage scherptediepte. Dit wil zeggen dat alles wat bijna tegen je glas aanzit scherp is, maar al wat een beetje boven je glas ‘zweeft’ is onvermijdelijk onscherp. Deze werkwijze leent zich dus beter voor een Solnhofen-visje dan voor een ammoniet met dikke ribbels.

De mogelijkheden zijn dus een stuk beperkter dan met fotografie!

7 Maar wat met erg kleine fossielen?

Als je erg kleine fossielen (minder dan één centimeter (bijvoorbeeld van die kleine gruistandjes uit Mill of Antwerpen) wil fotograferen, heb je wat meer nodig dan een klein digitaal toestel of een scanner. Hier heb je mijns inziens twee opties, en beide maken gebruik van een reflexcamera (analoog of digitaal):

Ofwel investeer je bereveel geld in een echte macro-lens voor op deze camera, en werk je met een opstelling als bovenstaande (statief, belichting etc…),
ofwel investeer in een stereomicoscoop (liefst eigenlijk ook in combinatie met een macro-lens). Voor elk merk lens bestaan er adaptor-ringen om de camera aan te sluiten op het oculair van je microscoop (één van de twee, in het geval van een stereomicroscoop). Meestal dient hiervoor ook een adapter op je microscoop aangebracht te worden. Voor vrijwel elke mogelijke combinatie van merken zijn deze ringen beschikbaar. Een goede (koude glasvezel) lichtbron is essentieel. Het fotograferen zelf wordt nu iets technischer. Ik overloop kort even een aantal belangrijke aandachtspunten:

  •  Zorg voor voldoende licht van hoge kwaliteit. Gebruik hiervoor bij voorkeur een koudlichtbron, die je eventueel kunt richten, gebruik makende van optische lichtgeleiders. Meerdere lichtgeleiders op één bron geven je de mogelijkheid het fossiel van verschillende kanten te belichten en zodoende grote schaduwen te vermijden.

  •  Vermijd onnodige trillingen, omdat deze onscherpte veroorzaken. Neem daarom de foto met behulp van de zelfontspanner of met een afstandsontspanner (meestal in de vorm van een kabeltje dat je op je onspannerknop kan schroeven), zodat trillingen, veroorzaakt door je aanraking bij het maken van de foto, niet kunnen plaatsvinden.  Een mogelijke tweede bron van trillingen is de spiegel in de camera zelf. Bij het nemen van een foto roteert deze zeer snel op zijn plaats. Hierdoor trilt de camera enkele seconden na. De iets degelijkere spiegelreflexcamera heeft een manier om de spiegel reeds op voorhand op te klappen, zodat je door even te wachten deze trilling kunt laten uitwerken. Sommige camera’s doen dit automatisch als je de zelfontspanner gebruikt.

  • Zorg voor een schone werkomgeving en een schoon fossiel. Bij sterke vergrotingsfactoren lijkt zelfs het kleinste stofdeeltje of krasje zo groot als een rotsblok.

Dit lijken details, maar als je met sterke vergrotingen werkt wordt elke handeling als het ware mee uitvergroot, terwijl er tegelijk ook meer licht vereist is. Daarom is het nodig elke trilling te vermijden en gebruik te maken van een goede lichtbron.

Voor zulke foto’s te nemen moet je dus niet enkel goed weten waar je mee bezig bent, maar ook nog eens beschikking hebben over het juiste materiaal (en liefst in die volgorde).

8 En grote fossielen dan?

Prijs jezelf gelukkig! Je hebt niet enkel een groot fossiel gevonden dat de moeite is om een foto van te nemen, je hoeft je ook geen zorgen te maken over macro-standen. Zorg voor een goede achtergrond, een schaal (decimeters mischien), voldoende licht (daglicht) en fotografeer liefst vanaf een statief. Voor de fotobewerking volg de stappen onder puntje 4 (zie hoger).

9 Geavanceerd bewerken

Het geavanceerd bewerken van foto's kan met meerdere programma's. Hier gaan we uit van Adobe Photoshop.
Je kan nog verder gaan dan enkel croppen en de grootte aanpassen in Photoshop. In wat volgt overloop ik stap voor stap de werkwijze die ik hanteer om een foto te bewerken alvorens ik ze online zet. Het hoeft natuurlijk allemaal niet zo fanatiek te gaan, dat kies je zelf. In deze handleiding gebruik ik ook het onderstaande maatbalkje (rechtmuisklik + opslaan als...):

  •  A. De originele foto, 3008x2000 pixels, is wat groot naar mijn mening. Daarenboven neemt de zee-egel slechts een klein deel van de foto in, de rest (op de maatbalk na) is dus eigenlijk verloren ruimte. Rechts het resultaat dat we willen hebben.


  •  B. Eerst wordt de foto gecropt (hmmm... correct Nederlands is anders, maar goed. Hoe je moet croppen vind je hoger). Ik zorg ervoor dat de maatbalk voldoende in beeld blijft (zeker 2 cm).



  •  C. Ik open de het maatbalkje in Photoshop, kies “select” > “all”, en kopieer de selectie (control+c). Vervolgens klik ik op onze zee-egel, en plak ik het maatbalkje (control+v). Dat staat nu heel onnozel klein te wezen in het midden van de foto. Bemerk dat het maatbalkje in een aparte laag (‘layer 1’) staat. Dit zie je rechtonder. We kunnen het apart bewerken.



  •  D. De grootte van het maatbalkje moet nu aangepast worden aan de foto. Dit doe je via “edit” > “free transform”. Ik versleep vervolgens het maatbalkje tot de linkerkant samenvalt met de ‘2 cm’ op het zakmes, en dan trek ik één van de rechterhoeken uit tot deze samenvalt met ‘0 cm’ (in dit geval het ronde uiteinde van het zakmes).



  •  E. Ik sleep het maatbalkje wat mooier op z’n plaats en crop de foto nog wat bij.



  •  F. In het ‘layers’ venster (standaard rechts onderaan op je scherm) selecteer ik nu ‘background’. Ook klik ik op het oogje naast ‘layer 1’ om het meetlatje even onzichtbaar te maken. Onder “image” > “adjustments” > “brightness/contrast...” pas ik helderheid en contrast aan indien nodig. Ook de kleurenbalans, saturatie en dergelijke kan je onder “adjustments” vinden en aanpassen indien nodig. Zo kan je zelfs sterk onderbelichte foto’s nog redelijk maken.
    Ook kan gebruik gemaakt worden van "Levels". Hiermee kunnen de kleuren worden aangepast.



  •  G. Je kan ook filters toepassen. Een zeer bruikbare filter hier is de ‘sharpen’ functie. Je vindt deze onder “filters” > “sharpen”. Pas deze niet teveel toe (1x, in zeldzame gevallen 2x), of je foto gaat er overdreven korrelig uitzien. Het sharpen filter overdrijft het verschil tussen naast elkaar gelegen lichte en donkere pixels. Dit is het principe van digitale verscherping.

    Beter is het om het filter onscherp masker/unsharp mask te gebruiken. Dit filter gebruik je op de volgende manier: Begin met een straal/radius van 0,4, treshold/drempel van 0, 1 of 2, gebruik dan 50% en verhoog deze waarde, verhoog de straal/radius ook iets en kijk wat er met het beeld gebeurd. Let wel op dat je altijd op 100 % beeld (actual pixels) kijkt. Het beeld moet nu verscherpt worden zonder dat het contrast uitdrukkelijk gaat veranderen.



  •  H. Nu gaan we de achtergrond verwijderen. In dit geval gaan we hiervoor eenvoudigweg de lasso-tool en het penseel gebruiken. Enig geduld en handigheid is wel vereist. Eerst doen we het ruwe werk. Selecteer de lasso, trek een cirkel rond de zee-egel, en kies “select” > “inverse”. Ik heb nu het gebied rond de zee-egel geselecteerd, rond de zee-egel heb ik nog een randje gelaten, dat ik dus met het penseel ga wegwerken. Kies nu “edit” > “clear”.

    Een alternatief voor het handmatig verwijderen van de achtergrond, is het gebruik van de "Magic Tool". Hiermee kun je veel tijd bestparen. Door in het menu het toverstafje te selecteren kun je op de achtergrond klikken. Door vervolgens met de rechter muisknop te klikken op gebieden van de achtergrond die nog niet geselecteerd zijn, kun je met "Add to Selection" de selectie uitbreiden. Ga hiermee door totdat de hele achtergrond gesecteerd is. Als een stukje fossiel wordt geselecteerd kun je met CNTR+z een stap terug, of met rechtermuisknop "Substract from selection" de selectie verkleinen. Het gebruik van de magic-tool werkt alleen goed in foto's met voldoende contrast tussen fossiel en achtergrond. Goede belichting is dus belangrijk!



  •  I. Maak je selectie ongedaan door met de lasso-tool of magic-tool kort ergens op de foto te klikken. Linksonder de foto kan je de vergrotingsfactor kiezen. Zet deze groot genoeg, zodat je gemakkelijk met het penseel kan werken. Nu werk je voorzichtig de rest van de achtergrond weg.



  •  J. Vervolgens klik je weer op het de plaats van het oogje naast ‘layer 1’, selecteer je “layer” > “merge visible”, sla je de boel op en je foto is klaar. Het wordt natuurlijk nog veel knapper als je dit voor drie zijden van het fossiel herhaalt, en alles samen zet in één beeld op dezelfde schaal. Zoals ik al zei, je kiest zelf maar in welke mate je hierin fanatiek wilt doen (misschien heeft je vrouw er ook een mening over).



The following information about fossils is available:

 

© webmaster@fossiel.net